Het schaamrood staat me op de kaken na de eerste dag Istanbul. Ik hoop dat het niet zo met uw kennis van Istanbul is gesteld als de mijne – dat zou de grootste aanfluiting van het gehele nederlandse onderwijsbestel zijn. Hoewel ik daar maar de helft van heb meegemaakt, dus erg representatief ben ik niet.
Pas onderweg, in de trein en eenmaal aangekomen, gefascineerd door de stad en bladerend in de Lonely Planet, begin ik te beseffen wat Istanbul heeft betekend. En hoe weinig ik daar van weet.
Onkennis en onkunde kan ik niet verdragen, dus de tweede dag (gisteren) ben ik maar gauw de grootste boekhandel over de turkse geschiedenis binnengewandeld en nu, honderd euro armer, ben ik stiekum mijn kennis in een sneltreintempo aan het bijwerken over het byzantijnse rijk, dat Constantijn op deze oevers centreerde en over het ottomaanse rijk, dat ondanks haar grootsheid in onze geschiedenisboekjes gemakshalve meestal maar overgeslagen wordt.

Eergisteren ben ik al gearriveerd – hoewel al mijn bronnen aangaven, dat de trein van Thessaloniki naar Istanbul 32 uur zou moeten duren, was ik er binnen 12 uur. Misschien een typfoutje, misschien een wijziging in route of trein, in ieder geval een welkome meevaller. Zodoende eergisterenochtend al aangekomen, om acht uur ‘s ochtends, na een verkrampte slaap in een coupe met een lengte van 1.90 meter en douaniers die, als je eindelijk slaapt, stempeltjes in je paspoort komen verkopen.

Als ik Istanbul zou proberen te beschrijven, zou ik slechts in clichés vervallen: wauw, geweldig, schitterend, fascinerend. Laat ik het dan maar zo zeggen: Rome en Florence zullen heel hard hun best moeten gaan doen om op de (tot nu toe gedeelde) eerste plek te blijven.

Hagia Sophia

Eerste indrukken: moskeeën en kerken die zo groots zijn, dat ze ze van mij gerust in Nederland ook zouden mogen bouwen, turken blijken ook in hun thuisland geweldige mensen te zijn wat een verademing is na de grieken, veel aangesproken worden op straat en niet alleen om te verkopen maar ook gewoon voor een praatje – waarbij het lidmaatschap van de EU een heel vanzelfsprekend onderwerp blijkt.
Het vakantieseizoen is nu wel heel zichtbaar begonnen. De hostels zitten stampvol met backpackers die overdag slapen, geen flauw idee hebben wat de stad daadwerkelijk betekent en betekend heeft, geen idee hebben dat de stad buiten Sultanamet ook nog andere wijken heeft, maar hier slechts voor het uitgaansleven zijn.
Wat mij doet beseffen, wat een ouwe lul ik toch ben…

Na in Italië het romeinse rijk en haar katholieke kerk en kunst uitgebreid meegemaakt te hebben en in Griekenland de byzantijnse ondergaan te hebben, valt hier de derde partij in, de islam, om parallel naar een grande finale toe te werken. De spanning stijgt, de krachten bundelen, de pauken beginnen te roffelen – de laatste maten zetten in. Oren open, ogen open en slechts de wereld naar binnenzuigen, de werkelijkheid in al haar werkelijkheid ondergaan.
Nog een paar dagen, lijkt het; nog een heel leven, weet ik. De reis eindigt niet, maar begint voor mij pas.