Water stroomt via het trapportaal naar beneden wanneer we aankomen bij het huis van meneer de Waal. Kort daarvoor was de huisartsendienst gebeld met de melding van zijn dochter die hem totaal verward en vervuild had aangetroffen. Meneer de Waal had alle kranen in het huis opengedraaid en overal in huis dreef wc-papier.

We rennen de trap op naar de derde verdieping. De dochter laat ons binnen. “Sorry voor de rommel, we hebben nog geen tijd gehad om het op te ruimen.” Ze trilt en haar ogen staan op paniek.
De vloeren staan blank en inderdaad liggen her en der bergen wc-papier. In de woonkamer zit meneer de Waal kreunend op de bank. Hij houdt zijn hoofd in zijn handen en ziet grauw.

De politie blijkt ook al ter plaatse, gewaarschuwd door de onderburen die last kregen van lekkage. Een agent kijkt verrast op. “Jullie zijn snel. We hebben zojuist de ambulance gebeld. We hadden geen zin om uren op de huisarts te wachten.”
De huisarts fronst. “Als we zeggen dat we meteen komen, dan komen we meteen. Ik bel wel even of ze die ambulance nog tegen kunnen houden, want volgens mij kunnen we het prima alleen af.”
Maar dan klinkt de sirene al en stopt de ambulance voor de voordeur. Het ambulanceteam komt binnen met zuurstof en hartbewakingsapparatuur.
“He, zijn jullie er al?” reageert de verpleegkundige verbaasd als hij ons ziet.
“Ja, de politie werd ongeduldig toen we niet binnen een minuut ter plaatse waren,” antwoordt de huisarts.
De agenten mompelen wat.

Ondertussen is het een chaotische drukte in het kleine kamertje. Twee agenten met krakende portofoons, het ambulanceteam, drie familieleden die ongerust alles willen volgen en twee buren die nieuwsgierig meekijken. In dit rumoer probeert de huisarts contact te maken met meneer de Waal. Hij reageert echter nauwelijks. De huisarts wil de bloeddruk meten, maar hoort alleen stemmen. Dat wordt hem te gortig. “Ik kan niks horen. Wil iedereen die hier niks te zoeken heeft alsjeblieft weg gaan?”
Een agent protesteert: “We moeten hier rapport van maken!”
Maar de ambulancechauffeur neemt de agenten, buren en familie mee naar de keuken. Rust daalt neer in de woonkamer.

De huisarts vervolgt het lichamelijk onderzoek. Bij het voelen aan de buik kijkt hij ongerust. “Dit is óf een keiharde buik óf een gigantische blaas.”
“Laten we hopen op dat laatste,” zegt de verpleegkundige. “Anders moeten we hem heel snel vervoeren.”
“Volgens mij is het de blaas. Wil jij ook even voelen?”
De verpleegkundige voelt. “Ja inderdaad. Maar wel extreem groot.”
Ik pak de catheterset. We kleden meneer de Waal uit om een catheter in te brengen. En zodra deze zit, begint het als een gek te lopen. In mum van tijd is het urinezakje vol. Uiteindelijk blijkt de blaas ruim drie liter te bevatten. Zeker zes keer zoveel als een normale volle blaas.
“Zo, dat was de oorzaak,” zegt de huisarts. “Maar de vraag is: wat nu?”
De dochter wordt geroepen voor overleg.
“We hebben de oorzaak voor de verwardheid van uw vader gevonden en behandeld,” legt de huisarts uit. “We kunnen nu twee dingen doen: hem thuis laten herstellen of in het ziekenhuis. Het nadeel van het ziekenhuis is echter dat uw vader daar meer van in de war kan raken. Dus als u het ziet zitten, dan laat ik hem het liefst thuis.”
De dochter knikt verdwaasd. “Als u denkt dat dat het beste is.”
“Maar er moet wel steeds iemand bij hem zijn. Lukt dat?”
“Wat als het nou slechter gaat?”
“Dan mag u meteen weer bellen.”
De dochter knikt opgelucht. “Oke, laten we het dan maar proberen.”

Op weg naar de volgende visite zegt de huisarts: “Dit is nu typisch een huisartsenbeslissing: thuis afwachten. Als de ambulance was geroepen, dan was deze meneer meteen naar het ziekenhuis vervoerd. Daar zou ie opgenomen worden en ook een catheter krijgen. Maar door de vreemde omgeving zou hij steeds meer in de war kunnen raken. Uiteindelijk kan zo het ziekenhuis fataal worden, vooral bij ouderen. Nu is het alsnog mogelijk dat het thuis slechter gaat, maar dan hebben we het in ieder geval geprobeerd.”

Even later op de post komt er een telefoontje binnen. Het is de dochter. Het gaat slechter met haar vader. De huisarts regelt alsnog een ziekenhuisopname.

Alle persoonsgegevens zijn gefingeerd om de privacy van patiënten te garanderen.